Artikel

Lagere BTW op elektriciteit? De duivel zit in de details

17/02/2020

Verschillende leden van de financiële commissie van het federale parlement pleiten voor een verlaging van de btw op elektriciteit tot 6% voor de residentiële klanten. Op het eerste gezicht is dit een pragmatisch idee om de factuur te verlagen, vooral voor mensen in (energie) armoede. FEBEG is hier niet tegen gekant, ook omdat dit ook de concurrentiepositie van koolstofarme elektriciteit zou versterken. Een stimulans voor de energietransitie.

 : de aanzienlijke daling van de elektriciteitsprijs zou de stimulans voor huishoudens om energie-efficiëntiemaatregelen te nemen, kunnen verminderen.  Aangezien de elektriciteitsfactuur deel uitmaakt van de korf voor de berekening van de index, zou een verlaging van de btw kunnen leiden tot een lagere inflatie en een vertraging van de loonindexering, waardoor de verwachte winst door de lagere factuur voor de huishoudens zal afnemen.

Maar de duivel zit in de details.  De leveranciers staan in voor de aanrekening en het doorstorten van de BTW op elektriciteit. Zij hebben nood aan absolute duidelijkheid. Aan het einde van de voorlaatste legislatuur hebben we moeilijkheden ondervonden als gevolg van de verlaging van de BTW op elektriciteit voor huishoudens. Een reductie voor alle klanten, inclusief zakelijke klanten, was niet mogelijk vanwege een te grote budgettaire impact. Een korting alleen voor huishoudens dan? Dit leidde tot veel onzekerheid: hoe zit het met de zelfstandige die boven zijn bedrijfspand woont? Hoe zit het met de zelfstandige in bijberoep? Hoe zit het met rusthuizen?  Het resultaat: veel problemen, negatieve publiciteit voor de sector en vermoedens van fraude die uiteindelijk ongegrond bleken te zijn.

Marc Van den Bosch, general manager FEBEG: "De elektriciteitsleveranciers zullen de beslissingen over de btw-tarieven voor elektriciteit die op politiek niveau worden genomen, uitvoeren. Op basis van de ervaring uit het verleden en om problemen te voorkomen, is  een voldoende lange overgangstermijn noodzakelijk, moet gekozen worden voor de toepassing van een bestaand BTW-tarief (21 % of 6 %) en is het zeker nodig om zeer nauwkeurige en operationeel haalbare regels te hanteren om de doelgroep die van deze mogelijke BTW-verlaging  geniet, ondubbelzinnig te definiëren".